Is het erg om Engelstalige woorden te gebruiken in de Nederlandse taal?

Met een doodernstig gezicht hoorde ik mijn collega, een programmeur in hart en nieren, zeggen: ‘Die nieuwe user slaagde er niet in om die page te editen tijdens onze meeting. Dat was écht awkward.’

Ik kreeg spontaan kramp in mijn buis van Eustachius. Komt dat omdat ik de overgevoelige inborst van een tekstschrijver heb? Of is er iets inherent afstotelijks aan deze wanstaltige mengeling van Nederlands met overbodige Engelse termen waarvoor perfecte alternatieven bestaan?

Laten we vandaag eens praten over de manieren waarop websitebouwers en marketeers onnodig Engels in onze taal mengen. En als we toch bezig zijn, kunnen we ook direct bespreken of mijn oorkrampen terecht zijn of dat ik gewoon niet moet zaniken.

Engelse woorden Nederlandse taal

De woorden waarmee mijn collega’s mijn oren mishandelen

Geloof me, het valt niet mee om als taalminnaar omringd te zijn door taalslachters. Ik zal je enkele voorbeelden geven van woorden die op ons kantoor mijn oren bereiken. Omdat ik een wijsneus ben zal ik ook meteen de Nederlandstalige alternatieven laten zien:

Engels leenwoordNederlandstalig alternatief
usergebruiker
editenbewerken
shopwinkel
designontwerp
screenscherm
commentsopmerkingen
translationvertaling
toolinstrument
sharendelen
postbericht
pagepagina

Dit soort fratsen zijn helaas niet uniek aan de website- en marketingbranche; ook in de bredere wereld wordt er kwistig gestrooid met semi-idiote Engelse woorden:

Engels leenwoordNederlandstalig alternatief
entrepreneurondernemer
businessbedrijf
meetenvergaderen
skillsvaardigheden
happyblij
veganveganistisch
organicbiologisch
pre-ownedtweedehands
saleuitverkoop

Tot wat voor tenenkrommende resultaten dit soort woorden kunnen leiden, zie je op de Facebook-pagina Onnodig Engels taalgebruik. Wat je heel goed merkt in hun voorbeelden, is dat bedrijven zich regelmatig alleen maar belachelijk maken door onnodig Engels te gebruiken. Waarom moet je als Nederlandstalige klant van ABN Amro een brief krijgen van hun ‘Grid Owner Hypotheken’? Hoe moet ik als klant weten wat een ‘grid owner’ in hemelsnaam voor mij kan betekenen?

Ik wil overigens mijn afkeer nuanceren door te bevestigen dat ik natuurlijk heus wel weet dat er ook veel Engelse leenwoorden zijn die we allemaal heel normaal vinden. Binnen mijn eigen werkomgeving gebruik ik leenwoorden bij de vleet:

downloadenonlineleads
blogwebsitecrowdfunding
marketingstorytellinge-learning
e-mailcopywritingwebdesign

Dat deze woorden door vrijwel iedereen (ook door mij) als doodnormaal worden gezien, bevestigt dat er bepaalde factoren moeten zijn die bepalen of wij als taalgemeenschap een leenwoord willen omarmen. Tijd om te bekijken welke factoren dat zijn!

 

Wanneer is het oké om een Engelstalig woord te gebruiken?

Tja, wanneer is het oké? Blijkbaar is het niet per se slecht om Engelse woorden te lenen. Zelfs het woord ‘oké’ is geleend, maar er is geen mens die zich ongemakkelijk voelt bij het horen van dat woord – zelfs ik als schrijver niet.

Taalunie, een kennis- en beleidsorganisatie voor de Nederlandse taal, wijdde het artikel ‘Waarom toch die Engelse woorden in het Nederlands?‘ aan het vraagstuk. Taalunie vertelt daarin dat het vooral van de volgende twee factoren afhangt of een leenwoord ook op lange termijn blijft plakken:

  1. Er bestaat nog geen Nederlandstalig woord voor. De computer is een goed voorbeeld, maar vroeger zijn ook de glühwein, het bureau, de piano en de macho gekomen en gebleven omdat ze een leemte in onze taal opvulden.
  2. Het geeft een andere nuance weer dan een al bestaand Nederlandstalig woord. Transpireren is net iets afstandelijker dan zweten, café heeft een ander karakter dan kroeg of bar, een salesmanager heeft meer prestige dan een verkoopleider.

Woorden als garage (Frans), überhaupt (Duits), aquarium (Latijn) en suiker (Arabisch) rollen moeiteloos mijn mond uit. Dat komt omdat ze nog voor mijn geboorte het Nederlands in zijn geslopen om een taalkundig gat op te vullen en ik er vervolgens mee ben opgegroeid.

Misschien is het, als tussentijdse conclusie, veilig om te stellen dat er niet zozeer een moreel bezwaar is tegen het gebruik van Engelse woorden en dat het eerder een kwestie van gewenning is. Wellicht vind ik awkward over vijftien jaar helemaal niet meer awkward?

 

Geen moreel bezwaar, wél een praktisch bezwaar

Goed, als er moreel gezien niets in te brengen is tegen het gebruiken van Engelse woorden in het Nederlands, dan moeten er toch zeker praktische bezwaren zijn? Het vervoegen van een van oorsprong Engelstalig werkwoord is lastig te noemen.

Er zijn heel wat Engelstalige leenwerkwoorden die weliswaar officieel erkend zijn als Nederlands woorden, maar die desondanks een beetje… raar voelen. In dit blogartikel lees je een paar interessante voorbeelden:

  • Timen: Ik time – hij timet – hij timede – getimed
  • Backloaden: Ik backload – hij backloadt – hij backloadde – gebackload
  • Breakdancen: Ik breakdance – hij breakdancet – hij breakdancete – gebreakdancet
  • Muten: Ik mute – hij mutet – hij mutete – gemutet
  • Socializen: ik socialize – hij socializet – hij socializede – gesocialized

De bovenstaande werkwoorden mogen dan officieel Nederlands zijn, maar ik weet zeker dat iedereen ziet dat er iets geforceerds aan is. Zelfs mensen die geen taalneuzelaars zijn moeten dit toch erkennen.

Deze werkwoorden geven goed een van de redenen weer waarom ik huiverig ben voor het blindelings accepteren van Engelse werkwoorden in het Nederlands: je krijgt soms vervoegingen die je koppijn bezorgen. Anderstalige woorden zijn simpelweg niet gemaakt om in het Nederlands vervoegd te woorden, waardoor je je in rare bochten moet wringen om het mogelijk te maken.

Dit gedwongen karakter beperkt zich bovendien niet tot werkwoorden; er zijn ook veel zelfstandige naamwoorden te noemen die niet bepaald lekker bekken: humanresourcemanagement, employee journey, kiss & ride, executive, cereal, teenager, advertising…

En wat is het met die dwaze trend om pindakaas ineens ‘peanut butter’ te noemen? (Hipsters, ik richt deze boodschap aan jullie!)

 

De truc: forceer noch het Nederlands, noch het Engels

Mijn gevoel en verstand zeggen mij dat het helemaal oké is om anderstalige woorden in het Nederlands te introduceren, zolang dat woord maar niet geforceerd klinkt:

  • Het moet geen conflicten geven in de uitspraak (dit is waarom ik liever ‘personeelszaken’ zeg dan het tongbrekende ‘humanresourcemanagement’);
  • Het moet goed en op natuurlijke wijze verenigbaar zijn met de Nederlandse taalregels;
  • Er moet niet al een perfect Nederlands woord voor bestaan.

Deze manier van benadering zal twee grote voordelen hebben voor ons, de gebruikers van de taal:

  1. We houden de Nederlandse taal flexibel genoeg om nieuwe, anderstalige begrippen te integreren die onze communicatie zullen verrijken;
  2. We garanderen dat de Nederlandse taal zelfs over twintig jaar nog uit te spreken en te begrijpen is zonder je tong of hersens te laten crashen. (Ja, crashen. Ik begrijp de ironie.)

 

De gebruikers van een taal bepalen of een leenwoord mag blijven

Als we eerlijk zijn, maakt het geen sodemieter uit wat ik vind. Evenmin doet het ertoe wat andere taalmalloten zeggen. De Taalunie verwoordt het perfect in hun eerdergenoemde artikel:

‘Ofwel vinden we zo’n Engelse nieuwkomer na verloop van tijd heel gewoon, ofwel verdwijnt die uit onze taal. Het is niet de Taalunie die dat beslist, en evenmin hangt dat af van de woordenboekredacties. Die verzamelen en registreren alleen de woorden die in gebruik zijn. Of een woord blijft, beslissen de gebruikers.’

Misschien moeten we ook wat vaker kijken hoe andere talen omgaan met begrippen en objecten waarvoor nog geen woord bestaat. Neem voorbeeld het Afrikaans. Radiopresentatrice Mischa Blok vertelde onlangs nog op haar Twitter wat een touchscreen in die taal is: een streelpaneel. Prachtig toch?

 

Leenwoorden andere talen

 

Hoe denk jij over Engelse leenwoorden in het Nederlands?

Ik wil graag horen wat jouw mening is. Ik ben niet alleen benieuwd naar de inzichten van mede-copywriters, maar ook naar die van websitebouwers, slagers, doedelzakspelers en buschauffeurs.

Vertel mij dat je mij een aansteller vindt. Vertel mij dat je het helemaal met mij eens bent. Wat je ook denkt: ik ben benieuwd naar jouw visie op het gebruik van Engelstalige termen in de Nederlandse taal.

Ken jij nog grappige of juist tenenkrommende voorbeelden die je mensen in je omgeving hoort zeggen? Stuur mij een berichtje.

 

Dit artikel verscheen ook op marketingplatform Frankwatching.

Gratis wijzer worden

Wil je vaker kwaliteitsartikelen zoals dit lezen? En dat helemaal gratis? Wij delen onze kennis met je. Schrijf je in voor de nieuwsbrief en je ontvangt 1 keer in de twee weken een leerzame, mooie, grappige, gelukkig makende mail.

Naam(Vereist)
* verplichte velden
Privacy(Vereist)
Hidden
Segment
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Motionmill webdesign Antwerpen