Het meisje dat niemand kon tegenhouden
Er is een figuur uit de Zweedse kinderboeken die alles heeft wat een volwassene is afgeleerd: ze woont alleen, doet wat ze wil, en laat zich door geen enkele grote mensen-logica vertellen wat onmogelijk is. Ze tilt een paard op omdat niemand haar heeft uitgelegd dat dat niet gaat, en vaart de wereld rond zonder ooit een kapiteinsdiploma te hebben gehaald. Niemand krijgt het voor elkaar haar dat kwalijk te nemen. Haar onbevangenheid is besmettelijker dan haar ongehoorzaamheid.
Elk kind begint zo: het weet nog niet wat “hoort”, en is vrolijk bereid om iets te proberen zonder eerst de slaagkans te laten becijferen door een extern bureau. En dan gaan we naar school, en leren we, terecht voor veel dingen, hoe het wél moet. Maar er sluipt iets ongewilds mee naar binnen: we leren minstens even hard hoe het allemaal niet kan. Elk diploma is stiekem ook een lijst afgevinkte onmogelijkheden. Hoe meer we weten, hoe langer die lijst wordt. De excuses om vandaag toch nog maar even niet te beginnen, worden er alleen maar overtuigender van.
Dit gaat niet over kennis afwijzen. Het gaat over de brave, hopeloos volwassen versie van onszelf die kennis er stiekem gratis bij levert.
De economie van het permanente uitstel
Kijk naar hoe wij vandaag “verantwoord” ondernemen, en huiver even mee. Eerst een haalbaarheidsstudie. Dan een businessplan van veertig pagina’s voor iets dat over drie maanden alweer achterhaald is. Dan een cursus, een certificaat, drie jaar “relevante ervaring in de sector” voor je zichzelf openlijk mag noemen wat je stiekem al lang bent. Elke stap afzonderlijk klinkt verstandig. Samen vormen ze een ladder die zo eindeloos lang is geworden dat bijna niemand nog boven geraakt vóór de moed onderweg is opgebruikt en ingeruild voor een PowerPoint.
En het pijnlijke is: wie het uiteindelijk wél doet, is zelden de best voorbereide van de groep. Het is meestal wie op een bepaald moment gewoon ophield met wachten op genoeg kennis, en begon met wat hij toevallig al had. De expert ziet feilloos tien manieren waarop het plan kan mislukken, en heeft daar meestal ook nog gelijk in. De beginner ziet alleen dat het misschien lukt, en is daarom, tegen alle logica in, de enige die het probeert.
Wie alles weet wat er kan mislukken, begint zelden nog iets. Wie het gewoon nog nooit deed, begint toevallig het vaakst — en heeft daardoor, oneerlijk genoeg, ook het vaakst gelijk gekregen.
De dierentuin zonder handboek
Antwerpen heeft er zelf een mooi bewijsstuk van staan. Toen in 1843 een Antwerpse schepen, later burgemeester, het initiatief nam om een dierentuin te beginnen, bestond het beroep “dierentuindirecteur” nog helemaal niet. De eerste directeur die werd aangesteld, was vooral bekend als verzamelaar van opgezette dieren en curiosa: een vak dat toen simpelweg nog niet bestond, want die ervaring kon op dat moment nergens ter wereld bestaan. Er was geen handboek “hoe run ik een dierentuin”, geen beroepsvereniging, geen stage bij een gevestigde collega. Het vak moest simpelweg uitgevonden worden door mensen die er middenin stonden.
Diezelfde tuin bestaat vandaag nog altijd, op dezelfde plek, en geldt als een van de oudste ter wereld. Dat succes kwam niet van een bestaand vak dat ze konden volgen. Het kwam van de onbevangenheid die het ontbreken ervan met zich meebracht: niemand kon hen vertellen dat het niet zou lukken, want niemand had het ooit eerder gedaan. Ze leerden het vak al doende, met de dieren er al gewoon rondlopend.
Wat wij daarvan vinden
Voor alle duidelijkheid, want anders krijgen we morgen boze mailtjes: dit is geen pleidooi voor onvoorbereid roekeloos gedrag. Wie een dierentuin begint zonder ooit naar de dieren om te kijken, verdient geen applaus maar een boete, en terecht. Het onderscheid dat wij verdedigen is preciezer en veel minder gek dan het klinkt: er is een wereld van verschil tussen onvoorbereid beginnen en onbevangen beginnen. Het eerste is nalatigheid met een goed verhaal erbij. Het tweede is moed die nog niet is afgeleerd.
Bij ons betekent dat heel concreet: we nemen weleens een project of een nieuwe techniek aan waar we nog geen tien jaar ervaring mee hebben, gewoon omdat niemand ons ooit heeft verteld dat het niet zou lukken, en dan leren we het al doende, net als die eerste directeur zonder handboek. We vragen aan klanten die twijfelen over een gedurfde stap niet “heb je wel genoeg ervaring”, maar “weet je zeker dat je wílt weten hoe het hoort, of wil je eerst gewoon proberen wat werkt?” Want de vraag “kán dit wel?” wordt griezelig vaak gesteld door mensen die het antwoord allang kennen, en die het zich daarom ook nooit meer gunnen om het te proberen.
De onbevangenheid van dat kind zonder handboek moet je niet zo snel mogelijk afleren, wat de hele volwassen wereld ook beweert. Het is een vaardigheid om bewust te bewaren, juist nadat je alle regels hebt geleerd, want dan pas kun je ze ook weer bewust vergeten wanneer het moet.
Ik zei twintig jaar geleden ja tegen iets waar ik werkelijk niets van kende. Zou ik dat vandaag nog durven, met alles wat ik intussen weet? Eerlijk gezegd: waarschijnlijk niet. Ik zou de risico’s zien aankomen, de drie manieren opsommen waarop het kan mislukken, en mezelf overtuigen dat verstandig wachten net zo dapper aanvoelt als springen. Dat zou het handboek zijn dat wint.
Nee. Onzin. Vergeet wat ik net zei. Ik zou het gewoon weer doen, alleen deze keer wetend dat het risico bestaat, en toch springend, want dat is uiteindelijk het enige verschil tussen het kind en de volwassene die het worden moest: niet dat de een geen angst kent, maar dat hij weigert ervoor te blijven staan. Dat is het geheim dat niemand je vertelt over ervaring: ze maakt springen niet moeilijker. Ze geeft je alleen meer excuses om het niet te doen. Gebruik ze niet.
Wanneer waagde je iets zonder te weten of het kon, en wat gebeurde er? De mooiste ondernemersverhalen beginnen zelden met een sluitend plan. Vertel het ons, we lezen ze graag.
— Mark, en bij uitbreiding heel Motionmill · Lees ook: De kathedraalbouwers