Sinds de publicatie van mijn artikel Ben je klaar voor de no-nonsense-economie?  (dat ook verscheen op Frankwatching en daar inmiddels ruim elfduizend keer gelezen is) heb ik tientallen reacties gekregen.

Sommige lezers zijn het met mij eens en geloven dat de huidige betekeniseconomie op zijn einde loopt. Anderen menen om verschillende redenen dat ik het fout heb. (En ook die mening mag men hebben; mijn artikel is immers geen 100% zekere toekomstvoorspelling maar een verwachting.)

Een derde groep personen zag weliswaar de plausibiliteit van mijn beweringen, maar wilde desondanks meer uitleg:

  • Hoe was ik tot mijn conclusies gekomen?
  • Waarom een nono-economie en niet iets compleet anders?
  • En hoe zit het nu precies met die producteconomie, beleveniseconomie en betekeniseconomie waar ik over sprak?

Twee van die vragenstellers waren derdejaars studenten van de bachelor Communicatie- en Informatiewetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Fabiënne van Asselt en Lars van Maanen deden onderzoek naar recente ontwikkelingen op het gebied van contentmarketing. Zij vroegen mij enerzijds meer uitleg over de nono-economie en anderzijds wilden ze van mij weten hoe de nono-economie het begrip contentmarketing zal beïnvloeden.

Ik kon een interview niet weigeren. Ter verheldering voor iedereen die het artikel gelezen heeft, publiceer ik vandaag de vragen en antwoorden van het interview.

 

Wat zijn volgens u op dit moment de belangrijkste ontwikkelingen en trends op het gebied van contentmarketing? Kunt u hier ook voorbeelden van geven?

Ten eerste blijft contentmarketing niet meer puur binnen de eigen bedrijfswebsite hangen: bedrijven zoeken toonaangevende externe platformen (zoals Frankwatching) om op die manier enerzijds de vakkennis tentoon te stellen in de hoop daarmee nieuwe klanten te winnen, en anderzijds aan externe linkbuilding te doen.

Ten tweede zie ik dat contentmarketing steeds meer als alternatief voor online advertenties (zoals Google Ads) wordt gebruikt: voor bepaalde bedrijfstakken zijn de kosten per klik zo hoog, dat online adverteren niet meer rendabel is.

En ten derde neem ik waar dat het zich écht loont om hoogwaardige content te creëren, en niet zomaar even snel een artikeltje in elkaar te flansen. Ik merk aan de e-mailreacties van de lezers van de Motionmill-blog bijvoorbeeld dat ze echt uitkijken naar onze tweewekelijkse nieuwsbrief en dat de blogartikelen die we via de nieuwsbrieven verspreiden grondig gelezen worden. Dat hadden we nooit bereikt wanneer we weinig tijd en moeite in onze contentmarketing zouden steken.

 

Fotobron: NeONBRAND op Unsplash

 

Wat hebben deze trends met elkaar gemeen en waarin merkt u verschillen tussen de huidige trends op het gebied van contentmarketing?

Ze hebben (uiteraard) gemeen dat ze allemaal de kracht van contentmarketing onderstrepen.

Het verschil zit mogelijk in de intenties van de trends en ontwikkelingen:

  • De eerstgenoemde trend komt voort uit een behoefte om als bedrijf meer mensen te bereiken;
  • De tweede trend komt voort uit een economische noodzaak;
  • En de derde trend is het gevolg van de behoefte om de lezer echt te boeien en te onderwijzen, teneinde op die manier jouw bedrijf neer te zetten als de ultieme kennisbron binnen jouw vakgebied.

 

U heeft voor Frankwatching een artikel geschreven over uw voorspelling van de no-nonsense economie. Kunt u uitleggen wat de no-nonsense-economie in essentie inhoudt?

Op zijn eenvoudigst gezegd is de no-nonsense-economie een volgende sociaal-economische ontwikkeling. Ze zal volgen op de huidige betekeniseconomie (zie mijn artikel om daarover meer te lezen) , en wordt daarvan in wezen een aangepaste versie die gestript is van alle poeha en onzin die eraan kleeft.

 

Waarom koos u voor de term ‘no-nonsense-economie’?

Ik koos deze naam omdat bedrijven in de toekomst op een no-nonsense-manier zullen moeten communiceren om geloofwaardig en aantrekkelijk te zijn voor de consument. Alle dingen die we nu nog als bijzonder en trendsettend zien (zoals een biologisch glutenvrij brood of een elektrische auto) zullen tegen die tijd gewoon zijn, en het trachten om die producten neer te zetten als ware ze creaties van God zelve, zal door de consument als belachelijk worden gezien.

 

In uw artikel schrijft u: ‘We stevenen af op een maatschappelijk-economische situatie waarin een groot deel van de bevolking vraagt om no-nonsense producten die op een no-nonsense manier worden verkocht’. Waarom denkt u dat de bevolking meer behoefte zal hebben aan ‘echte’, ‘no-nonsense’ producten?

Omdat, zoals gezegd, enerzijds het bijzondere van bijzondere producten afgaat en je daarom niet als bedrijf kan blijven volhouden dat een product bijzonder is (ik heb het hierbij vooral over MVO-aspecten), en anderzijds omdat de consument alle opgeblazen lucht en onzin die er nu rond producten hangt (en ook dan heb ik het vooral over producten die inspelen op maatschappelijk verantwoord ondernemen) beu wordt.

 

 

Heeft u voorbeelden van bedrijven die hun marketing al op een ‘no-nonsense’ manier vormgeven?

Ja, die heb ik. In mijn artikel noem ik het frisdrankbedrijf Exota. Zij zeggen simpelweg: wij zijn een ongezond suikerrijk drankje, maar we zijn wel erg lekker en er is niets mis mee om het af en toe te drinken. Ook ons eigen bedrijf, Motionmill, doet zijn best om op een no-nonsense-manier te communiceren. Waar andere websitebouwers en communicatiebureaus soms rondwentelen in hun eigen nietszeggende vakjargon (‘wij zijn user centric en data driven’), zeggen wij gewoon waar het op staat: ‘Jij bent een ondernemer en je wilt meer verkopen. Wij helpen je daarmee.’

 

In hoeverre is authenticiteit van belang voor de marketing die zal volgen door de no-nonsense-economie?

Erg belangrijk uiteraard. Maar waar naar mijn gevoel momenteel het woord ‘authentiek’ door veel consumenten wordt verward met ‘opvallend’, zal het begrip authentiek gewoon weer ‘echt’ gaan betekenen, dus een product gestript van alle nonsens en leugens. Ik denk (en ik hoop stiekem ook) dat de valse laag van authenticiteit die rond veel grote internationale merken hangt, doorprikt zal worden. Starbucks bijvoorbeeld heeft door slimme branding en marketing de wereld wijsgemaakt dat ze erg authentiek zijn, al heeft dat bedrijf een verborgen trackrecord van ethische misstanden. En dat is jammer, want andere, minder bekende koffiezaken die wél echt ethisch verantwoord zijn (en dus authentiek omdat ze eerlijk zijn), moeten proberen met grote bedrijven te concurreren die in feite hun reputatie hebben opgebouwd op een fundering van toegedekte leugens.

 

In uw artikel schrijft u over het feit dat in de no-nonsense-economie het weer oké zal zijn wanneer bedrijven ‘zondigen’, oftewel niet perfect zijn. Waarom denkt u dat consumenten dit ‘weer’ zullen accepteren?

Enerzijds als tegenreactie op de vermoeiende stroming gezondheidsfanaten die vinden dat je als een ascetische monnik moet leven die zich alleen maar voedt met quinoa en tofoe, en anderzijds omdat het gewoon menselijk is om af en toe te willen zondigen, en men zal dat op den duur inzien.

 

U schrijft ook dat de nono-economie elementen zal bevatten van de producteconomie, de beleveniseconomie en de betekeniseconomie. Kunt u dit uitleggen?

In het artikel geef ik een kip als voorbeeld. In de producteconomie, die onze grootouders hebben gekend, was een kip gewoon een kip en daarmee basta. In de daaropvolgende beleveniseconomie moest alles prachtig en groots gepresenteerd worden. In de betekeniseconomie vervolgens moest de kip volgens MVO-standaarden zijn gefokt. Welnu, in de nono-economie zullen de goede elementen van deze drie periodes (de recht-toe-recht-aan-aanpak van de producteconomie, de fun van de beleveniseconomie en het verantwoorde van de betekeniseconomie) samenkomen, maar ontdaan van alles wat als onoprecht of opgeklopte lucht wordt gezien.

 

 

U noemt een aantal aspecten van communicatie van bedrijven die bij de no-nonsense-economie zullen moeten veranderen. Zo moeten bedrijven gaan communiceren als een mens, in plaats van een bedrijf. Waarom denkt u dat dat in de aankomende jaren belangrijker zal worden?

Deze trend is al gaande. Je ziet het bijvoorbeeld aan het taalgebruik op bedrijfswebsites. Vroeger zou er op de site van een slager gestaan hebben: “Ons familiebedrijf biedt al sinds 1896 het beste vlees aan voor heel Nijmegen.’ Nu zou daar bijvoorbeeld kunnen staan: ‘Hecht jij waarde aan wat je eet en zoek je daarom het beste vlees van Nijmegen? Je vind het bij ons’. Waar vroeger vaak op een afstandelijke manier werd gecommuniceerd, wordt tegenwoordig de consument direct aangesproken. Bedrijven willen je op die manier laten voelen dat ze niet boven de consument staan, maar op een gelijk niveau.

Omdat de consument daarmee het gevoel krijgt dat het bedrijf niet zozeer een product probeert te verkopen maar eerder tracht te adviseren bij het oplossen van een probleem (zoals: waar vind ik het beste vlees van Nijmegen), zal er veel sneller een vertrouwensband ontstaan tussen het bedrijf en de consument. En niets voelt authentieker dan een vertrouwensband tussen twee gelijken, hetgeen perfect aansluit bij het toenemende belang om authenticiteit uit te stralen tijdens de nono-economie.

 

(Nog niet) tot slot

In het slotwoord van dit artikel wil ik duidelijk maken dat dit geen slotwoord is. Dat klinkt tegenstrijdig, maar je weet ongetwijfeld wat ik bedoel: hoewel er voor nu niets meer toe te voegen is, zijn de ontwikkelingen rond de nono-economie nog lang niet gedaan. Sterker nog: de echte omzwaai moet nog komen.

Wordt vervolgd, dat beloof ik je.

De no-nonsense nieuwsbrief van Motionmill

Wil je vaker kwaliteitsartikelen zoals dit lezen? En dat helemaal gratis? Wij delen onze kennis met je. Schrijf je in voor de nieuwsbrief en je ontvangt 1 keer in de twee weken een leerzame, mooie, grappige, gelukkig makende mail.

* Verplichte velden

Geschreven door
Vincent Alblas
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Over Motionmill

Motionmill is een webdesignbureau in Antwerpen. We zijn experts in WordPress. Je website is de belangrijkste bouwsteen voor je online communicatie. Wij creëren je brandingontwikkelen je website en zorgen er ten slotte voor dat je website gevonden wordt dankzij online marketing.

Grotesteenweg 91
2600 Antwerpen-Berchem

T: +32 (0)3 286 80 40

E: info@motionmill.com

Facebook Certified Media Buying Professional in Antwerpen

Motionmill